Stel je vraag over werk en inkomen

6 veelgestelde vragen over nieuwe uitvoeringsovereenkomst pensioen

ABN AMRO en het ABN AMRO Pensioenfonds zijn eruit: er is een nieuwe pensioenregeling. Volgens het pensioenfonds is deze regeling uitvoerbaar.

Het opbouwpercentage is vastgesteld op 1,875%. Het is natuurlijk heel erg mooi dat we in 2020 nog de volledige opbouw halen. De afgesproken premie reserve helpt daar wel bij. Als de rente zo laag blijft als nu, dan is de verwachting dat het opbouwpercentage 2020-2024 gemiddeld uitkomt op 1,7%, dat is circa 10% lager dan beoogd.

De nieuwe regeling geldt vanaf 1 januari 2020. In deze blog lees je 6 veelgestelde vragen met antwoord.

In het onderhandelingsresultaat van de cao-partijen werd genoemd dat de cao-partijen een opbouwpercentage van 1,79% verwachtten. Hoe zit dat?

Het genoemde opbouwpercentage van 1,79% is het gemiddelde over een periode van vijf jaar. De cao-partijen kwamen tot dit percentage op basis van de rentestand van eind mei 2019.

Hoe komt het ABN AMRO Pensioenfonds (AAPF) nu op een opbouwpercentage van 1,875%, terwijl eerder 1,48% op hun website stond?

Daar zijn verschillende redenen voor:

  • De 1,48% ging over een gemiddelde voor de komende vijf jaar. De 1,875% is alleen voor 2020.
  • Voor het eerste jaar maakt het AAPF gebruik van extra financiering uit het premiedepot (zie vraag 5). Dat was niet het geval bij de 1,48%.
  • De 1,48% was berekend met de rente over augustus. Het AAPF is nu uitgegaan van een gemiddeld rentepercentage over de maanden september, oktober en november.
  • Bij de eerdere berekening is het AAPF uitgegaan van de uitgangspunten die de cao-partijen hadden gebruikt. Het fonds heeft nu de uitgangspunten om het opbouwpercentage te berekenen aangepast.

Hoe kwam het bestuur van het ABN AMRO Pensioenfonds tot haar besluit?

Ten eerste moet de regeling goed uit te voeren zijn, dat is het volgens het bestuur. Daarnaast weegt het bestuur de belangen van alle belanghebbenden evenwichtig af. Deze overwegingen speelden hierbij een rol:

  • De cao-partijen spraken af dat de premie lager wordt en weten dat de pensioenopbouw daardoor lager kan worden.
  • Voor de opgebouwde pensioenen van deelnemers, gewezen deelnemers en gepensioneerden is de dekkingsgraad belangrijk. De indexatie is daar bijvoorbeeld afhankelijk van. De lagere premie heeft nauwelijks effect op de dekkingsgraad.

Heeft de premieverlaging gevolgen voor indexatie van de pensioenen?

De lagere premie heeft vooral gevolgen voor de jaarlijkse opbouw van het pensioen. Voor de indexatie (de aanpassing van de pensioenen aan toekomstige prijsstijgingen) is de financiële positie van het pensioenfonds bepalend. De financiële positie, uitgedrukt in de dekkingsgraad van het pensioenfonds, verandert hierdoor nauwelijks.

Wat is de premiereserve?

Een premiereserve kan worden gebruikt als de premie in een jaar te weinig is om de pensioenopbouw te betalen. Een tekort wordt dan uit de premiereserve gehaald. De premiereserve mag niet onder nul komen. Andersom geldt dit ook: als de premie in een jaar hoger is dan nodig om een opbouw van 1,875% te financieren, dan wordt het meerdere toegevoegd aan de premiereserve. Per 1 januari 2020 stort de bank eenmalig 4% van de pensioengrondslag in de premiereserve.

Is nu alles geregeld?

De nieuwe pensioenregeling gaat per 1 januari 2020 in. Het pensioenfonds en de cao-partijen zijn het alleen nog niet eens over de aanvullende jaarlijkse bijdrage aan de uitvoeringskosten, die de bank aan het fonds betaalt.

Deze jaarlijkse bijdrage kan volgens de cao-partijen door hen worden aangepast. Het pensioenfonds vindt dat dit een afspraak tussen bank en het pensioenfonds is. Dit discussiepunt wordt nu voorgelegd voor arbitrage. De bank en het pensioenfonds wijzen beiden een deskundige aan. Deze twee deskundigen kiezen een derde persoon. Samen nemen zij een besluit over de kwestie. Deze uitspraak heeft geen invloed op de komst van de nieuwe pensioenregeling.

Heb jij nog vragen over de pensioenafspraak? Stel deze hieronder: