Snel antwoord op al je vragen over werk en inkomen

OR-werk is niet altijd feest!

geschreven door Leon de Jong

Laatst was ik bij een OR van een Metaalbedrijf om advies te geven. Dit keer geen grijze hoofden maar een opvallend jonge OR; drie van de vier OR-leden schat ik op ergens rond de 30 jaar dus dat is best verfrissend. Jonge mensen met hart voor de zaak die ook nog bereid zijn om in een OR hun nek uit te steken voor het belang van de onderneming. Dat is goud voor een ondernemer en zoiets moet je koesteren! Terwijl OR-werk niet echt het meest gewaardeerde werk is dat je in een onderneming kan doen. Je doet het bij de collega’s niet gauw goed en de werkgever is soms ook niet blij met je. Dat blijkt ook weer in dit bedrijf.

Wat voor ligt is een instemmingsverzoek om een urenbank in te richten om meer op de vraag van opdrachtgevers in te kunnen spelen. Een leuk idee, maar jammer dat de werkgever de bank meteen vult met de 104 roostervrije uren die de werknemer toekomen; dat werknemers (ook parttimers) geacht worden 2,5 uur per week langer door te werken, die ook in de urenbank gaan. Dat een werknemer bij periodes met weinig werk naar huis wordt gestuurd, ook als zijn urensaldo nul of negatief is, terwijl de ondernemer die min-uren aanvult uit de vakantie-uren of het salaris van de werknemer. Al met al een sympathiek voorstel van de werkgever waar je als OR je tanden op stuk mag bijten!

De OR is ontevredenheid over de gang van zaken binnen het bedrijf. Het is een mooi en oud familiebedrijf, maar met een teruglopende orderportefeuille. Een buitendienst van vertegenwoordigers en verkopers die binnen op kantoor zit (?) en vier nieuwe Tesla’s voor het managementteam. Dat laatste is dan wel weer lekker duurzaam.

De werk-privé balans staat in het bedrijf onder druk. Werknemers met zorgtaken krijgen geen ruimte om hun arbeidstijden aan die zorgtaken aan te passen. Op een verzoek om verlof wordt door het management soms niet eens gereageerd. Werknemers weten niet waar ze aan toe zijn. Op hun beurt stellen werknemers zich flexibel op en komen zelfs op zaterdagmorgen terug om een klus af te maken. De balans is zoek.

De directeur is sociaal in de omgang met werknemers, maar als gesprekspartner van de OR een regelrechte teleurstelling. De overlegvergaderingen met de werkgever monden niet uit in een gesprek. Als de OR weerwoord geeft stormt de ondernemer regelmatig boos het overleg uit. Hoe komt medezeggenschap nu tot stand als er nauwelijks een fatsoenlijk gesprek met de werkgever mogelijk is?

De hoogste tijd om dit eens voor te leggen aan de twee aanwezige trainers van SBI Formaat, die gezamenlijk toch minstens 50 jaar medezeggenschapservaring vertegenwoordigen. Nou, dit hebben beide heren nog nooit in hun loopbaan meegemaakt. Hoe verder? De dialoog zoeken is mooi, maar wat als dialoog niet mogelijk is? Hoe dwing je een werkgever tot gestructureerd overleg? En wat als de werkgever dit echt niet wil?

Na de brainstorm maken we een strijdplan. De OR zal in eerste instantie schriftelijk op het instemmingsverzoek van de werkgever reageren. En aangeven in de brief dat de werkgever een verregaand voorstel voor een urenbank met consequenties voor de werk- en privésituatie van de werknemers ook met de vakbonden moet bespreken, voordat de OR zich buigt over de vraag of er instemming verleend wordt. Zo gaan we uit elkaar.

Vier dagen later hoor ik dat de ondernemer via de leidinggevenden gecommuniceerd heeft dat de urenbank per 1 januari 2017 ingevoerd wordt. Dit terwijl de OR nog moet instemmen met het voorstel voor de urenbank en niet eens de kans heeft gekregen inhoudelijk op het voorstel te reageren. Eén van die jonge OR-leden is het inmiddels spuugzat en heeft zijn functie van OR-lid neergelegd.

Sommige ondernemers verdienen geen OR….!

Een herkenbare situatie? Laat je reactie achter of stuur ons een privébericht.