Stel je vraag over werk en inkomen

De AOW-leeftijd stijgt té snel

“De AOW-leeftijd stijgt sneller dan dat ik ouder word”, dat hoor je de laatste tijd steeds vaker. Dat is ook niet zo gek, want we moeten steeds langer doorwerken. Maar waarom? Hoe wordt de AOW-leeftijd vastgesteld? En zijn de AOW-leeftijden wel eerlijk? We leggen het allemaal uit.

Wat is AOW-leeftijd

Eerst nog even een spoedcursusje over wat AOW-leeftijd precies is. ‘AOW’ staat voor Algemene Ouderdomswet. Dit is een uitkering die je krijgt van de overheid. Een soort basispensioen die door ons allen wordt betaald. De AOW-leeftijd is dus de leeftijd vanaf wanneer je die uitkering krijgt. Die krijg je voor de rest van je leven.

AOW-leeftijd stijgt door vergrijzing en langere levensverwachting

Waarom de regering de AOW-leeftijd verhoogd? Er zijn twee belangrijke redenen. Door de vergrijzing stijgt het aantal mensen dat AOW krijgt. En ook blijven mensen langer leven en krijgen ze langer AOW-uitkering. Door de AOW-leeftijd te laten stijgen, kan de regering ook in de toekomst alle AOW-uitkeringen blijven betalen. Hoewel de AOW-leeftijd in 2012 nog 65 jaar was, is dit nu 66 jaar en 4 maanden. En die stijging gaat elk jaar weer door. Maar de levensverwachting stijgt minder snel dan werd gedacht. Daarom wordt de AOW-leeftijd in 2022, 2023 en 2024 gelijk gehouden op 67 jaar en 3 maanden.

Hieronder zie je een aantal geboortejaren met de bijbehorende AOW-leeftijd, in dit geval is het berekend met een geboortedatum op Nieuwjaarsdag. Staat jouw geboortejaar er niet tussen? Bereken jouw AOW-leeftijd hier.

Geboortejaar

Verwachte AOW-leeftijd

1955

67 jaar en 3 maanden

1965

68 jaar en 3 maanden

1975

69 jaar en 6 maanden

1985

70 jaar en 9 maanden

1995

71 jaar en 3 maanden

2019

71 jaar en 3 maanden

 

AOW-leeftijd: hoe wordt het berekend?

Geen zorgen. We gaan je nu niet allemaal wiskundige formules uitleggen. We houden het simpel. Gemiddeld krijgen we ongeveer 18 jaar en 3 maanden een AOW-uitkering. Wanneer het Centraal Bureau voor de Statistiek ziet dat mensen gemiddeld langer blijven leven, gaat ook de AOW-leeftijd omhoog. Dit wordt ook wel de 1-op-1 koppeling genoemd. Dus wanneer we gemiddeld drie maanden ouder worden, stijgt ook de AOW-leeftijd met drie maanden.

AOW-leeftijd moet bevriezen

Die 1-op-1 koppeling lijkt misschien wel logisch, toch is de AOW-leeftijd de afgelopen jaren veel te hard gestegen. Dit is om twee redenen:

  1. De verandering van de AOW-leeftijd is te snel gegaan.
  2. Je moet langer blijven werken, maar de periode waarin je AOW-uitkering ontvangt stijgt niet. Dus de verhouding tussen de jaren dat je moet werken en de jaren dat je AOW-krijgt, wordt steeds schever.

Daarom willen we dat de AOW-leeftijd nu wordt bevroren op 66 jaar en 4 maanden. En willen we dat de AOW-leeftijd in de toekomst minder hard stijgt. Dit hebben we meegenomen in het pensioenakkoord. Helaas zijn de onderhandelingen hierop stukgelopen.

Landelijke pensioenactie op 29 mei

Op 29 mei trekken we het land door en gaan we in actie voor een goed pensioen. Doe jij ook mee? Meld je aan voor de landelijke actiedag.